Skip to main content

Over het ontstaan van chikung 2

woensdag 19 juni 2024
Frans van Heel

Qigong is een moderne term voor een veel oudere spirituele praktijk, zie artikel 1 over het ontstaan van chikung. Deze praktijk gaat misschien wel terug tot de oorsprong van ons mens-zijn.

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk denkt in zijn werk na over dat wat ons in essentie tot mens maakt. Hij gaat daarbij terug tot de prehistorische tijd toen een primaatsoort op het Afrikaanse continent tijdens de overgangsperiode van oerwoud naar savanne als enig zoogdier tot de ongerijmde beslissing kwam om rechtop te gaan staan. Ongerijmd omdat het ten eerste de mens toen en nu veel oefening kost om rechtop te staan en zich voort te bewegen op twee benen. En ten tweede omdat de rechtopstaande positie hem kwetsbaar maakte, omdat hij in die tijd vooral een prooidier was voor de grote roofdieren.

Daar komt nog eens bij dat de tweebenige mens veel langzamer is dan alle andere zoogdieren in dezelfde omgeving, die zich op vier ledematen voortbewegen. De prehistorische mens was nog eens extra kwetsbaar als hij aan een van zijn twee onderdanen gewond raakte. Een vierpotig zoogdier kan zich op drie poten nog aardig goed voortbewegen. Als de mens in die begintijd aan een van zijn benen gewond raakte was hij vrijwel hulpeloos.

Het ontstaan van de mens

Ondanks al deze nadelen moet er toch een belangrijk voordeel zijn geweest om deze ‘beslissing’ te nemen en daar over de generaties heen aan vast te houden. Er is hiervoor geen overtuigende wetenschappelijke theorie. Er bestaat een alternatieve theorie over de oorsprong van de mens die wel rijmt met de logica om zich verticaal tussen hemel en aarde te gaan oriënteren. Deze speculatieve theorie staat bekend als de ‘stoned ape theory’.

Bij deze theorie gaat men er vanuit dat in de periode van de overgang van oerwoud naar savanne primaten van boombewegers naar savannelopers evolueerden en dat bepaalde dieren tot grote planteneters evolueerden, zoals olifant-achtigen. Deze planteneters lieten grote hoeveelheden mest achter waarop niet alleen voedselrijke planten groeiden waaraan sommige primaten zich voedden, maar ook psylocibine-achtige oftewel hallucinerende paddenstoelen.

Het zou kunnen dat sommige primaten door het innemen van deze hallucinogene stoffen hun hersenen zodanig hebben beïnvloed dat zij zich bewust werden van zichzelf en van hun omgeving. Door de geïntensiveerde beschouwing als gevolg van deze stoffen ontstond een nieuwe beleving van het lichaam, de nabije natuurlijke omgeving en de verre kosmische omgeving. 

Mogelijk bemerkten zij tijdens de geïntensiveerde bewustzijnsstaat dat de verticale relatie tussen hemel en aarde door ‘oprichting’ een significante invloed had op de wijze waarop zij informatie verwerkten. Behalve dat het brein door de hallucinogene stoffen en de rechtopstaande positie sterk gestimuleerd werd, kan het ook tot beklijvende inzichten hebben geleid. Het is niet ondenkbaar dat deze primaten vervolgens evolueerden tot de eerste mensen met een bewustzijn en met de potentie om steeds complexere werktuigen en andere constructies te maken.

Kennis van de goden, meesters of kosmonauten

Een aspect van die inzichten die zij in de loop van de tijd door nieuwe impulsen van hallucinogene stoffen in combinatie met de verticale oriëntatie sommigen van hen opdeden  is de waarneming van wezens de uit de kosmos neerdaalden. Wellicht kwamen zij door die ervaringen tot de 'conclusie' dat de wezens die ze waarnamen goden of meesters waren die met hen contact maakten en kennis overdroegen.

Tijdens ayahuasca ceremonies heb ik ook contact gehad met zo'n lichtwezen vanuit de kosmos, die ik uit de verhalen van de ceremoniemeester herkende als Yanka Rey, een wezen dat de chikung kennis naar de aarde zou hebben gebracht.  Vanuit hierboven geschetst perspectief zou deze verschijning wel eens gebaseerd kunnen zijn op een ‘inzicht’ of ervaringen van mensen uit een ver verleden. 

Deze verschijningen onder invloed zeggen niets over wat er ‘werkelijk’ is gebeurd. Wat is werkelijk en 'waar' van gedeelde mystieke of hallucinante ervaringen. We kunnen er wel uit afleiden dat de ervaringen die ze teweeg brachten aanleiding geweest kunnen zijn tot bepaalde ontwikkelingen bij de mens, zoals:

  • het verwerven van inspiratie om kunst en muziek maken
  • tot zelfreflectie komen
  • het ontwikkelen van fysieke en mentale oefenmethodes om deze ervaringen te reproduceren
  • het verwerven van kennis over de natuurlijke omgeving (planten, dieren, klimatologische verschijnselen) en hoe je die voor eigen doeleinden kunt toepassen
  • het verwerven van kennis over het hemelgewelf en sterrenconstellaties en hoe je die voor eigen doeleinden kunt toepassen.

De verticale oprichting en het uitreiken naar de sterren

Het uitgangspunt van traditioneel chikung en mijns inziens ook bij yoga is dat er iets gebeurt met onze informatieverwerking door op een bepaalde manier rechtop te staan. Intuïtief heb ik het vermoeden dat er een relatie is tussen het oefenen van staande houdingen met de nadruk op het opstrekken van de wervelkolom en de eerste primaat die besloot dat de verticale oriëntatie voldoende voordelen oplevert om dit te continueren. De oprichting op twee benen en de hemelwaartse opstrekking heeft daarmee mogelijk geleid tot onze menswording,  waarbij mystieke en andere onverklaarbare ervaringen zoals het waarnemen van intelligente wezens een belangrijke bron van inspiratie waren. 

Het vergt enkele stappen in ons denken om in deze speculatieve theorie mee te gaan. Wat deze theorie voor mij in ieder geval doet is een brug slaan tussen spirituele of religieuze oorsprongsmythen waarin een god of meerdere goden centraal staan en bepaalde kennis over de evolutie van de mens. Daarnaast kunnen we deze theorie gebruiken als een bron van inspiratie zijn voor onze beoefening van het opstrekken van de wervelkolom in de context van meditatie, chikung en taichi.

Het ontstaan van chakras, energiekanalen en taal

Op basis van deze oprichting is de kennis ontstaan die de bron is van chikung. De verticale oriëntatie van de mens tussen hemel en aarde, zoals die in de oorspronkelijke beoefening is ontwikkeld, is daarbij het belangrijkste uitgangspunt. De ervaring en kennis die ik overgedragen heb gekregen van dr. Shen is dat op de juiste manier in een houding staan resulteert in het op gang komen van een interne beweging die zich op een specifieke manier door kanalen en knooppunten in het lichaam beweegt. Dit verschijnsel noemde dr. Shen zirandong of ‘spontane beweging’. De beoefening van zirandong brengt een specifiek lichaamsbewustzijn met zich mee dat zich in eerste instantie, in een ver verleden mogelijk onder invloed van hallucinogenen, manifesteerde als een netwerk van chakra's en energiekanalen in diverse kleuren.

Een bepaald aspect van spontane beweging is dat beoefenaars reeksen van klanken gaan maken. Dit is vergelijkbaar met een verschijnsel dat in de christelijke mystiek glossolalie wordt genoemd. Deze klank georiënteerde vorm van spontane beweging, die eveneens ontstaat door het 'zich oprichten' (in het bijzonder opstrekken van de nek), zou daarmee ook de oorsprong kunnen zijn van het ontstaan van taal. Een volgende stap in deze ontwikkeling is de combinatie van taal en muziek. De eeuwige discussie over dit soort grote stappen in de ontwikkeling van de mens is of die geleidelijk gaan in heel veel kleine stapjes of dat er toch initiële ervaringen zijn geweest die aanleiding zijn voor een grote stap. Ik geloof in de combinatie van initiële, diepingrijpende ervaringen en beoefening. 

De eerder genoemde Peter Sloterdijk zegt dat de mens in essentie een acrobaat is die zich door aanhoudende beoefening onvergelijkbare kwaliteiten eigen heeft gemaakt, waarvan het zich rechtop staand voortbewegen de eerste is en het ontwikkelen van taal een tweede. Hij beschrijft hoeveel moeite c.q. beoefening elk mens zich moet getroosten om met behulp van twee stembanden, een tong en enkele resonantiegebieden in de schedel zo’n gevarieerde en betekenisvolle klankenvariatie voort te brengen. Ik heb ervaringen gehad en waargenomen tijdens zirandong sessies waarbij mensen meer dan een uur lang aan het experimenteren waren met klanken, dan wel hele verhalen leken te vertellen in een onbegrijpelijke 'taal'.  

Na langere beoefening beperkt de innerlijke kracht van de spontane beweging zich niet meer tot het fysieke lichaam en ontstaat er een sensatie dat deze kracht zich voorbij de lichamelijke grenzen kan bewegen. De waarneming volgt als het ware deze kracht buiten de grenzen van het lichaam. Dit resulteert in de ervaring dat er virtueel geen beperkingen voor het bewustzijn zijn om steeds verder uit te reiken, zowel diep in de aarde als tot ver in de kosmos. Hoe verder het bewustzijn kan uitreiken buiten zijn fysieke grenzen, hoe meer en diverser de informatie is die binnenkomt en verwerkt kan worden.

Interne en externe alchemie

In de beweging van deze menselijke evolutie zie ik ruwweg twee stromingen die zich enkele duizenden jaren voor de christelijke jaartelling gaan afsplitsen. In de ene stroming, waartoe ik chikung reken, heeft men het gebruik van hallucinogene middelen gestopt en is men de beoefening van houdingen met ‘spontane beweging’ in combinatie met innerlijke beschouwing gaan cultiveren. Deze 'keuze' heeft zijn vorm gevonden in het hindoeïsme, boeddhisme en taoïsme en alle bijbehorende oefenmethoden. De meesters die de kennisdragers zijn van deze stroming zijn gepersonifieerde, etherische wezens. Of het zijn zogenaamde Onsterfelijken die ooit geboren zijn als mens en die zich door beoefening hebben getransformeerd in een etherisch wezen. Bij deze beoefening is de innerlijke essentie en potentiële kracht het middel om tot kennis en transformatie te komen. Dit wordt in de taoïstische traditie interne alchemie genoemd. 

In de andere stroming is men de kennis van (de bewerking van) planten gaan cultiveren. Vaak worden in deze sjamanistische stromingen de hallucinogene en geneeskrachtige planten gepersonifieerd tot ‘meesters’ van wie men instructie ontvangt tijdens een ceremonie waarbij de deelnemers bestanddelen van een of meerdere planten innemen. Deze meesters communiceren met mensen via een specifieke plant of combinatie van planten waarmee ze zich hebben verbonden. Ze zijn in wezen onsterfelijk en hebben hun oorsprong in de sterren. Wanneer men gebruik maakt van het innemen van externe hulpmiddelen om kennis te verwerven en te transformeren dan spreek men van externe alchemie.

In de interne en externe alchemie zijn ook overeenkomstige activiteiten en hulpmiddelen te vinden om de spirituele beleving te activeren of te intensiveren. Voorbeelden daarvan zijn het gebruik van bijzondere objecten, zoals kunstobjecten, zoals godenbeelden en mandala's, muziek en dans. Mijn streven is om alle mogelijke middelen in te zetten die ons kunnen helpen om ons verder te ontwikkelen en gelukkig(er) te worden.